Door Roely Anema
Heel soms, héél soms tref je als mens het onverwachte geluk een elfje of een bosnimf te ontdekken. Elfjes en bosnimfen laten zich namelijk niet zomaar zien.
Ooit, heel lang geleden wist ik nog niet zo heel veel van mensen.
Als natuurwezen had ik me vooral door bomen, struiken en planten heen bewogen. Zo nodig verbond ik me voor een periode met het water.
In die tijd was het voor mij heel vanzelfsprekend dat ik samenwerkte met de elfjes en bosnimfen. Ons contact was geruisloos en licht. Onze taak was niet gering, er was vaak veel werk te verzetten. Soms leefde ik eeuwen achtereen als ondersteunende vrouwelijke kracht van de Beuk, waarna het maar zo kon gebeuren dat ik me tijdens een volgende periode langs de paddenpoel voortbewoog.
Ondanks deze variaties in mijn bestaan wisten de elfjes en bosnimfen me altijd weer terug te vinden. Geruisloos waren onze ontmoetingen. Geruisloos en onvoorwaardelijk in diepe liefde.
Zo heel af en toe passeerden er mensen die zich aangeraakt voelden door onze aanwezigheid.
Een enkele keer zagen mensen ons ook, spraken zelfs met ons.
Te leven en te werken als een deva met deze elfjes en bosnimfen was het heerlijkste wat een natuurwezen maar kan verlangen.